Pagina's

donderdag 10 april 2014

Cyberpesten : hoe reageren hoe voorkomen ? Enkele tips !

Het gebruik van sociale media door jongeren is niet meer weg te denken uit de huidige maatschappij. Sociale communicatiemiddelen zijn leuk maar er bestaan jammer genoeg ook gevaren. Eén van die gevaren is cyberpesten. 

Cyberpesten is een verzamelnaam voor alle vormen van pesterijen die gebruik maken van internet, GSM, computer, … om slachtoffers lastig te vallen, te bedreigen, te beledigen, …

Deze elektronische variant van het “gewone” pesten is doorgaans veel schadelijker en langduriger, doordat de kwetsende berichten en/of foto’s bijna altijd en voor iedereen toegankelijk zijn. Vaak beseffen pesters – zeker als het kinderen of jongeren zijn – ook niet hoe kwetsend hun gedrag is en hoeveel schade ze kunnen aanrichten. Zij hebben meestal de neiging hun pesterijen te onderschatten en af te doen als onschuldige “grappen”.

Een aantal jongeren geeft toe zich al eens schuldig te hebben gemaakt aan het belachelijk maken of pesten van iemand via het internet. Cyberpesters sturen berichten of posten commentaren of foto’s via mails, sms’jes, blogs en chatrooms met de bedoeling hun slachtoffer te bedreigen, te vernederen of lastig te vallen.

Deze regelmatig terugkerende “aanvallen” op personen zijn des te pijnlijker omdat ze meestal anoniem zijn, altijd en overal kunnen gebeuren en vaak ook voor iedereen zichtbaar zijn.

Cyberpesten veroorzaakt doorgaans ook meer psychologische, emotionele en sociale schade bij het slachtoffer doordat de pester anoniem blijft, wat natuurlijk niet het geval is bij ‘gewoon’ pesten. Bovendien kan cyberpesten constant, dag en nacht, doorgaan en door iedereen worden gezien, waardoor het vernederende effect voor het slachtoffer nog groter is.

Enkele tips voor wanneer u wordt geconfronteerd met cyberpesten : 
  • Reageer nooit op beledigende berichten, hatelijke mails of sms’jes, zodat de pester er geen plezier aan beleeft.
  • Blokkeer de afzenders van dergelijke ongewenste mails en schrap pesters uit uw contactenlijst.
  • Gebruik een schuilnaam voor chatrooms e.d. en verander die meteen wanneer u wordt lastiggevallen.
  • Wanneer u op een site, blog of chatroom door iemand wordt lastiggevallen of gepest, waarschuw dan onmiddellijk de moderator of provider, zodat deze persoon kan worden geblokkeerd. Indien nodig verander uw gebruikersnaam / schuilnaam.
  • Wanneer u een nieuw e-mailadres wenst aan te maken, kan het handig zijn om te werken met twee adressen. Het ene gebruikt u voor de goede vrienden (die beloven dan wel om dit aan niemand door te geven) en het andere gebruikt u voor de bredere kennissenkring en de inschrijving op websites.
  • Praat er over met iemand ! Dit kan met een vriend, je ouders, een leerkracht of een vertrouwenspersoon op school !

Aarzel nooit om aangifte te doen van cyberpesterijen bij de politie. 

Enkele tips om cyberpesten te voorkomen :
  • Blijf zelf altijd correct en beleefd in uw mails en berichten aan anderen en verstuur of post nooit foto’s of teksten die anderen kunnen kwetsen, ook al zijn ze “grappig” bedoeld.
  • Ouders : leer uw kinderen vanaf het begin om zich verantwoordelijk te gedragen op het internet, met respect voor alle andere gebruikers – net zoals in het echte leven.
  • Geef nooit persoonlijke gegevens door van uzelf of van familie of vrienden aan iemand van wie u niet weet wat zijn of haar bedoelingen zijn.
  • Wees voorzichtig met het gebruik van webcams: de persoon “aan de andere kant” kan zo foto’s van u nemen zonder dat u het weet.
  • Antwoord niet op e-mails of uitnodigingen vanwege onbekenden. Spreek erover met een volwassene in geval van problemen.

woensdag 9 april 2014

Zelf beelden van bewakingscamera’s op het internet zetten: een goed idee?


Een winkelier die al meermaals werd overvallen of bestolen, kan uit frustratie wel eens in de verleiding komen het recht in eigen handen te nemen. Als hij daarenboven de indruk heeft dat de politie weinig of niets doet om de daders te identificeren, zou hij de beelden, die hij heeft opgenomen met een bewakingscamera, wel eens eigenhandig kunnen verspreiden.

De moderne techniek van goedkope videocamera’s die relatief duidelijke beelden opnemen en bewaren, in combinatie met verspreidingsmogelijkheden als YouTube, maken het delen van die beelden tot kinderspel. Met enkele muisklikken worden beelden gedeeld, gelinkt ... en als ze spectaculair zijn, gaan ze zelfs viraal.

Maar wat is de bedoeling hiervan? En wordt het beoogde doel zo ook bereikt?

Op het eerste gezicht lijkt deze werkwijze interessant:

- U kunt het zeer snel doen, soms zelfs nog op de dag van de feiten zelf.
- U bereikt veel mensen, zeker als u actief bent op de sociale media.
- U hoeft geen administratieve rompslomp of pietluttige regeltjes te volgen.

Bij nader inzien zijn er wel enkele zeer belangrijke nadelen aan verbonden:

- U begaat een inbreuk op de privacy van de gefilmde personen die – uiteraard – geen toestemming hebben gegeven om hun beelden verspreiden. Dat kan u een strafklacht opleveren.

- Mochten de daders dan al geïdentificeerd worden, dan kunnen zij deze schending inroepen en misschien zelfs een veroordeling ontlopen wegens procedurefouten.

- Als de daders worden herkend, krijgt u in het beste geval een telefoontje met hun identiteit. Wat dan? Het recht in eigen handen nemen kan gevaarlijk zijn, u weet immers niet met wie u te maken hebt. En wat doet u als de opgegeven naam niet de juiste blijkt te zijn?

- Als de vermoedelijke (!) identiteit van de daders de ronde doet op internet, zijn overdreven reacties van hun omgeving niet uit te sluiten. En de gevolgen voor iemand die ten onrechte van strafbare feiten wordt beschuldigd, zijn soms niet te overzien.

Wat doet u dan best met beelden die het onderzoek vooruit kunnen helpen?

- Spreek erover met de politiemensen die de vaststellingen komen doen. Zij gaan dan na of de daders al gekend zijn voor andere feiten. Indien ze hen niet kunnen identificeren aan de hand van de eigen databanken, kunnen ze aan het parket de toestemming vragen om een opsporingsbericht te verspreiden.

- De dienst opsporingsberichten van de federale politie verspreidt de beelden op vraag van een magistraat in de juiste context. Aan elk opsporingsbericht wordt daarenboven een telefoonnummer gekoppeld waar eventuele getuigen terechtkunnen. Daar worden de tips gebundeld en aan de onderzoekende politie-eenheid doorgegeven. Die kunnen dan de informatie natrekken en de daders identificeren om zo het echte doel te bereiken: de daders van strafbare feiten voor de rechter brengen en laten veroordelen.

dinsdag 8 april 2014

HFD-wapens moeten voortaan worden aangegeven

Sommige particulieren hebben een of meerdere oude wapens die een zekere waarde vertegenwoordigen als erfgoed in huis. Aangezien dergelijke oorlogssouvenirs geen enkel crimineel doel dienen, was er volgens de wet dan ook geen enkele vergunning voor nodig. In 2007 werd de lijst van historische, folkloristische en decoratieve wapens die vrij verkocht mochten worden – de zogenaamde HFD-lijst – zelfs nog uitgebreid.
Zes jaar later, in mei 2013, werd deze lijst echter afgeschaft en voortaan zullen dus ook deze wapens moeten worden aangegeven en geregistreerd.

Waarom werd de HFD-lijst afgeschaft?

De politiediensten constateerden dat sommige van die HFD-wapens waarvoor in het buitenland nog munitie te verkrijgen is, toch weer opdoken in criminele milieus. Vandaar dat de Belgische ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken besloten om de volledige HFD-lijst af te schaffen. Voor het bezit van dergelijke historische, folkloristische of decoratieve wapens is nu dus weer een vergunning nodig.

De wijzigingen aan het Koninklijk Besluit van 20 september 1991
Bepaalde vuurwapens die vermeld worden in het eerste artikel van het KB van 20 september 1991 zullen nog steeds vrij mogen worden verkocht. Het gaat hoofdzakelijk om modellen of brevetten van voor 1890 van buskruitvuurwapens die voor 1945 werden gemaakt, en om alle wapens die door de Proefbank voor vuurwapens in Luik werden geneutraliseerd.
De lijst in bijlage van bovengenoemd KB werd echter afgeschaft, waardoor alle niet-geneutraliseerde vuurwapens voortaan vallen onder de categorie “vergunningsplichtige wapens”.
Het feit dat voor bepaalde wapens geen gepaste munitie meer wordt gemaakt, betekent dus ook niet langer dat die wapens vrij verkrijgbaar zijn.
Bovendien is de fabricatiedatum die bepaalt dat wapens die voor die tijd zijn gemaakt, vrij verkrijgbaar zijn, verschoven van 1897 naar 1895.

Registratie van HFD-wapens

De houder van een vuurwapen dat door het KB van 8 mei 2013 vergunningsplichtig is geworden, moet dit wapen voorleggen aan de lokale politie vóór 25 mei 2014. De politie zal dan een voorlopige vergunning (model 6) afgeven, op voorwaarde dat de houder meerderjarig is en nog nooit veroordeeld is.
Vervolgens wordt er een vergunningsaanvraag naar de gouverneur gestuurd. De houder van het betreffende vuurwapen mag dit wapen voorhanden houden in afwachting van de beslissing. De vergunning wordt gratis afgeleverd, maar er moet wel telkens een bijdrage worden betaald bij de vijfjaarlijkse controle.
Wanneer de houder minstens vijf vuurwapens bezit, kan hij ook een verzamelerkenning voor HFD-wapens aanvragen. Verzamelaars die al een erkenning hadden op 25 mei 2013, moesten ten laatste op 9 juni hun wapens inschrijven in hun register. Het thema van hun verzameling is niet van toepassing op deze wapens.

Wanneer de vergunning wordt geweigerd

De gouverneur gaat na of de aanvrager niet het voorwerp is van een lopende schorsing of intrekking van een vuurwapenvergunning en of er geen redenen van openbare orde zijn die daartoe aanleiding geven.
Wanneer de vergunning wordt geweigerd, moet de betrokken houder binnen de acht dagen na kennisneming van de beslissing zijn vuurwapen in bewaring geven, of het afstaan aan een erkend of vergund persoon, of het laten neutraliseren door de Proefbank in Luik, of het overdragen aan de politie voor vernietiging.
Het is mogelijk om in beroep te gaan tegen de beslissing van de gouverneur bij de Federale Wapendienst binnen 15 dagen na kennisneming van de beslissing per aangetekend schrijven. In laatste instantie kan enkel nog beroep worden aangetekend bij de Raad van State.


Bewaring en veiligheidsmaatregelen

Voor het thuis bewaren van HFD-wapens moeten de volgende regels in acht worden genomen:

1. De wapens mogen geen munitie bevatten.
2. De wapens en de munitie moeten buiten het bereik van kinderen worden bewaard.
3. De wapens en de munitie mogen niet op dezelfde plaats worden bewaard.
4. De plaats van bewaring mag geen zichtbare aanduiding hebben die duidelijk maakt dat er wapens of munitie liggen opgeslagen.
5. Gereedschap dat een inbraak zou kunnen vergemakkelijken, mag zich nooit langer dan noodzakelijk in de buurt van de bewaarplaats bevinden.
© Secunews.be

maandag 7 april 2014

Nummerplaat voor bromfietsen verplicht vanaf 31 maart

Vanaf 31 maart 2014 moeten bromfietsen en lichte vierwielers worden ingeschreven bij de Dienst Inschrijving Voertuigen. Het gaat zowel om nieuwe als reeds ingeschreven voertuigen. Zonder nummerplaat mogen deze voertuigen niet meer op de openbare weg komen. Er wordt wel een uitzondering gemaakt voor elektrische rolstoelen. De wijziging komt er om overtredingen makkelijker te kunnen verbaliseren.

Volgens het KB op de inschrijving van voertuigen mogen voertuigen pas in het verkeer worden gebracht wanneer ze ingeschreven zijn en de nummerplaat dragen die bij de inschrijving werd toegekend. Tot nog toe was die inschrijving niet verplicht voor onder meer bromfietsen. De wetgever wijzigt deze bepaling nu als volgt: ‘Inschrijving is niet verplicht voor bromfietsen en lichte vierwielers, met uitzondering van nieuwe en reeds ingeschreven voertuigen’.

De verplichting geldt meer concreet voor alle tweewielige (categorie L1e) of driewielige (categorie L2e) voertuigen met een maximumsnelheid van 45 km/u en volgende kenmerken:
- voor tweewielers, een motor met een cilinderinhoud van ten hoogste 50 cm³ (voor motoren met inwendige verbranding) of een nominaal continu maximumvermogen van ten hoogste 4 kW (voor elektrische motoren);
- voor driewielers, een motor met een cilinderinhoud van ten hoogste 50 cm³ (voor motoren met elektrische ontsteking), een netto-maximumvermogen van ten hoogste 4 kW (voor andere soorten motoren met inwendige verbranding) of een nominaal continu maximumvermogen van ten hoogste 4 kW (voor elektrische motoren).

Voor lichte vierwielers gaat het over voertuigen met een lege massa van ten hoogste 350 kg (categorie L6e), exclusief de massa van de accu’s in elektrische voertuigen, met een maximumsnelheid van 45 km/u en een motor met een cilinderinhoud van maximum 50 cm³ (voor motoren met elektrische ontsteking), een nettomaximumvermogen van ten hoogste 4 kW (voor andere motoren met inwendige verbranding) of een nominaal continu maximumvermogen van ten hoogste 4 kW (voor elektrische motoren).

Via een tweede besluit van 23 maart 2014 legt Staatssecretaris voor Mobiliteit, Melchior Wathelet, de vorm en de afmetingen van de nummerplaat vast. De nummerplaat heeft een witte achtergrond. Het opschrift en de boord zijn robijnrood (RAL 3003). Het opschrift zal bestaan uit een combinatie van de letter ‘S’ gevolgd door 3 letters afhankelijk van het type voertuigen en 3 cijfers. De letterreeks van bromfietsen van klasse A start steeds met letter A, voor bromfietsen van klasse B is dit de letter B en voor lichte vierwielers is de eerste letter telkens een U. 


Bijvoorbeeld

- S-AAA-001 voor bromfietsen van klasse A;
- S-BAA-001 voor bromfietsen van klasse B;
- S-UAA-001 voor lichte vierwielers.

woensdag 2 april 2014

Bestuurlijke aanhouding van een persoon: het verloop en de regels

Wanneer iemand bestuurlijk wordt aangehouden, krijgt hij dan ook te horen wat de reden hiervoor is? Hoe lang mag iemand in zo’n geval worden vastgehouden? Wie moet er worden ingelicht over de aanhouding? Wordt er altijd een proces-verbaal opgemaakt? In ons vorige artikel bespraken we de mogelijke situaties waarin de politie iemand bestuurlijke kan aanhouden. Nu nemen we de concrete gang van zaken en de wettelijke voorwaarden onder de loep.

Duur en moment van de bestuurlijke aanhouding

Deze vorm van vrijheidsberoving mag nooit langer duren dan absoluut noodzakelijk is voor de omstandigheden die de aanhouding rechtvaardigen. De bestuurlijke aanhouding moet dus worden opgeheven zodra de reden ervoor is weggevallen. Wanneer iemand bijvoorbeeld bestuurlijk werd aangehouden wegens openbare dronkenschap, moet hij weer worden vrijgelaten zodra hij gekalmeerd, nuchter en weer bij zijn positieven is.
Een bestuurlijke aanhouding mag in geen enkel geval langer dan 12 uur duren. Dat is de wettelijk toegestane maximumduur.
De duur van de vrijheidsberoving gaat in op het moment dat de betrokken persoon niet langer kan gaan en staan waar hij wil door de interventie van een politiebeambte of -autoriteit. Dit moment wordt steeds bepaald op een manier die het gunstigste is voor de betrokken persoon, d.w.z. zo vroeg mogelijk in de tijd.

Verwittiging van een officier en de autoriteiten van de bestuurlijke politie


Wanneer de bestuurlijke aanhouding werd uitgevoerd door een agent van de bestuurlijke politie, moet deze zich zo snel mogelijk richten tot de officier van bestuurlijke politie (OBP) waaronder hij ressorteert. De aanhouding valt dan vanaf dat moment onder de verantwoordelijkheid en de controle van die officier.
Als de officier van bestuurlijke politie de aanhouding bevestigt, zal hij die laten inschrijven in het aanhoudingsregister en vervolgens ook zo snel mogelijk de burgemeester van de gemeente waar de persoon werd aangehouden – of de hiervoor bevoegde politieautoriteit (bv. de Dienst Vreemdelingenzaken) – hiervan op de hoogte brengen.
Het is de taak van de burgemeester en andere bevoegde autoriteiten om de concrete richtlijnen vast te leggen voor deze procedure.

Verplichting om de aangehouden persoon te informeren


Op het moment van zijn aanhouding en wanneer hij in een cel wordt opgesloten, moet de betrokken persoon door de verantwoordelijke politiebeambte op de hoogte worden gebracht van alle nuttige informatie en van zijn rechten. Die informatie moet worden verstrekt op het moment dat de politiebeambte de betrokken persoon aanhoudt, of op het moment dat de officier van bestuurlijke politie de aanhouding uitvoert of bevestigt.

Deze officiële kennisgeving moet schriftelijk worden bevestigd in het aanhoudingsregister. Wanneer de aangehouden persoon de taal van de betrokken politiebeambte niet of onvoldoende begrijpt of niet spreekt, heeft hij het recht de nodige informatie te krijgen in zijn eigen taal of in een taal die hij wel begrijpt.
De gegevens die onder die informatieplicht vallen, zijn: de vrijheidsberoving, de reden of motieven hiervoor, de maximale duur van de detentie, de procedure voor de veiligheidsfouille, de opsluiting in een cel en het aandoen van handboeien, de mogelijkheid om dwangmaatregelen te nemen...


Inschrijving in het aanhoudingsregister


Iedere aanhouding moet worden ingeschreven in het aanhoudingsregister. Dit register is het verslag van het chronologische verloop van de vrijheidsberoving, van het begin van de aanhouding tot het einde of tot het moment dat de betrokken persoon wordt overgedragen aan de bevoegde autoriteiten of diensten.
In geval van een bestuurlijke aanhouding wordt er niet altijd een proces-verbaal opgemaakt. Om toch een zekere controle mogelijk te maken, moeten een aantal zaken zeker worden vermeld in het aanhoudingsregister, zoals: het reële tijdstip van de aanhouding, het tijdstip van aankomst op het politiebureau, de volledige identiteit van de aangehouden persoon, de reden voor de aanhouding, een opsomming van de voorwerpen die op de betrokken persoon zijn gevonden...









 

maandag 31 maart 2014

Diefstal met list : wat te doen nog voor je bezoek krijgt ?

De lokale politie maakt bejaarde burgers er regelmatig op attent dat ze waakzaam moeten zijn wanneer personen zich onaangekondigd en onder voorwendsels aan hun deur aanbieden. Doel van deze personen is immers enkel binnen te raken om te proberen alles van waarde te stelen.
Uiteraard is het belangrijk om juist te reageren bij een dergelijk verdacht bezoek, maar ook op voorhand kan je al een aantal voorzorgsmaatregelen nemen om beter gewapend te zijn als iemand met slechte bedoelingen aan de deur staat.

Enkele voorzorgsmaatregelen die u altijd kan nemen.

· Zonder u niet af. Houd regelmatig contact met familie, kennissen of verenigingen. Zorg ervoor dat de buren uw telefoonnummer hebben en spreek af om nu en dan poolshoogte te gaan nemen bij elkaar.

· Sluit de buitendeuren altijd goed af en vergeet daarbij de garagepoort niet.

· Laat een veiligheidsketting of een spion plaatsen in de voordeur. Zo kunt u zien wie er aan de deur staat zonder te moeten opendoen.

· Als u alleen woont, laat dat dan niet duidelijk blijken uit het opschrift op uw brievenbus of op de bel.

· Bewaar geen grote sommen geld in huis. Waardevolle voorwerpen kan men best fotograferen en markeren.

· Houd belangrijke telefoonnummers (hulpdiensten, familie, buren, vrienden...) altijd binnen handbereik

zaterdag 29 maart 2014

Dodelijke ongevallen met motorrijders: risico’s en omstandigheden

In België, net zoals in de rest van Europa, zijn motorrijders vaker betrokken bij ernstige verkeersongevallen dan andere weggebruikers. Om dit fenomeen beter te kunnen begrijpen, heeft het Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid (BIVV) een diepgaand onderzoek uitgevoerd. Het BIVV baseerde zich daarvoor op de gerechtelijke dossiers van 200 zware of dodelijke ongevallen waarbij motorrijders waren betrokken. De meeste van die ongevallen hadden plaats in 2010, een klein deel ervan in 2009.

Het doel van dit onderzoek was tweeledig. Enerzijds wilde men achterhalen welke oorzakelijke en verzwarende factoren een rol spelen bij ernstige ongevallen met motorrijders in België. Anderzijds wilde men de typische situaties waarin dergelijke ongevallen gebeuren, identificeren. We zullen hier enkele belangrijke resultaten van dit onderzoek kort bespreken, maar eerst willen we even wijzen op de beperkingen van het BIVV-onderzoek.

Beperkingen van het onderzoek

In het onderzoeksrapport van de BIVV wordt duidelijk aangegeven dat deze grondige analyse van zware en dodelijke ongevallen met motorrijders op basis van gerechtelijke dossiers een aantal methodologische beperkingen heeft:

• De dodelijke ongevallen zijn oververtegenwoordigd in deze steekproef (1 op de 2); in werkelijkheid is de verhouding van dodelijke ongevallen tegenover zware ongevallen (zonder dodelijke slachtoffers) in België 1 op 7.
• Het onderzoek baseert zich hoofdzakelijk op processen-verbaal van de politie, maar de gedetailleerdheid van die informatie verschilt sterk van pv tot pv.
• Het alcoholpercentage in het bloed van de motorrijders die betrokken waren bij een zwaar of dodelijk ongeval, werd in de meeste gevallen in 2010 niet gecontroleerd.
• De onderzoekers zijn zelf nooit op de plaats van de ongevallen geweest.
• De gerapporteerde snelheid vlak voor het ongeval berust op een schatting. De hiervoor gebruikte methode leidt echter vaak tot een onderschatting van de snelheid.

Soorten ongevallen en hun oorzaken

De balans van “initiators” van een dergelijk ongeval helt licht over in het nadeel van de motorrijders. De initiator van een ongeval is niet noodzakelijk de (enige) verantwoordelijke voor het ongeval in juridische zin, maar hij heeft wel de verkeerssituatie zodanig gewijzigd dat het ongeval heeft kunnen gebeuren.
56% van de onderzochte ongevallen werd zo “geïnitieerd” door de motorrijder en 41% door een andere weggebruiker. Bij de resterende 3% was er sprake van een externe oorzaak, bijvoorbeeld het slechte wegdek. Motorrijders zelf, die zich vaak ergeren aan de slechte staat van de bepaalde Belgische wegen, schatten deze laatste oorzaak over het algemeen veel hoger in.

Bij 35% van de motorongevallen was de motorrijder de enige betrokkene. In 90% van die gevallen werd het ongeval veroorzaakt door de motorrijder zelf, meestal doordat hij de controle over het stuur verloor, of doordat hij begon te slippen bij het afremmen.

Bij de overige 65% van de ongevallen, waarbij dus nog een andere weggebruiker betrokken is, had in iets meer dan de helft van de gevallen de andere weggebruiker de motorrijder niet of veel te laat gezien. En in 10% van dit soort gevallen had de andere weggebruiker de snelheid waarmee de motor kwam aangereden, onderschat.
Vandaar dat verschillende recente campagnes enerzijds hameren op het belang van de zichtbaarheid van motorrijders, en anderzijds automobilisten erop wijzen dat ze steeds extra goed moeten opletten voor ze een manoeuvre uitvoeren.

Profiel: bijna 100 % mannelijk

De overgrote meerderheid (98%) van de verongelukte motorrijders waren mannen. De gemiddelde leeftijd van de motorrijders die bij de onderzochte ongevallen waren betrokken, was 40 jaar. Toch waren er in verhouding meer jonge mannen onder de slachtoffers. Het is dus zeker interessant om over enkele jaren na te gaan wat het effect is van de nieuwe procedure voor het behalen van een motorrijbewijs op de veiligheid van jonge motorrijders.

vrijdag 28 maart 2014

Bestuurlijke aanhouding van een persoon: wanneer en waarom?

Als iemand de openbare orde verstoort, deelneemt aan een manifestatie die uit de hand loopt of op het punt staat een misdrijf te plegen, kun hij bestuurlijk worden aangehouden. Maar wat is dat nu eigenlijk precies, een bestuurlijke aanhouding? En in welke omstandigheden is deze gewettigd?

De begrippen “bestuurlijke politie” en “openbare orde”

In het kader van de uitoefening van hun wettelijke bevoegdheden als bestuurlijke politie, mogen de politiediensten beperkingen opleggen aan de individuele rechten en vrijheden, indien nodig onder dwang. Het gaat hier vooral om de mogelijkheid iemand van zijn vrijheid te beroven om verstoring van de openbare orde te voorkomen of te stoppen.
Openbare orde is een ruim begrip en omvat zowel rust en veiligheid als volksgezondheid.

De term “bestuurlijke aanhouding” concreet

De bestuurlijke (of administratieve) aanhouding van een persoon door de politie kunnen we als volgt omschrijven: het ontnemen van de vrijheid van een persoon om te gaan en te staan waar hij wil, met het oog op de handhaving of het herstel van de openbare orde. De politie kan overgaan tot de bestuurlijke aanhouding:
- enkel en alleen als dit absoluut noodzakelijk is voor de handhaving van de openbare orde;
- van personen die daadwerkelijk aan de basis liggen van de verstoring van de openbare orde;
- als dit de enige en beste manier is om de openbare orde te handhaven;
- als dit de meest adequate en minst gewelddadige vorm van interventie is.

Mogelijke omstandigheden die een bestuurlijke aanhouding rechtvaardigen

1) Wanneer een persoon de politie hindert bij de uitvoering van haar opdracht om het verkeer vrij te houden, kan een bestuurlijke aanhouding nodig zijn om een vlotte doorgang van het verkeer te herstellen.
Bijvoorbeeld: een groep mensen houdt een sit-in op een kruispunt of op een deel van een autosnelweg.

2) Wanneer een persoon daadwerkelijk de openbare orde verstoort.
Bijvoorbeeld: iemand veroorzaakt nachtlawaai op de openbare weg of in een voor het publiek toegankelijke ruimte.

3) Wanneer iemand duidelijk aanwijsbaar voorbereidingen treft om een misdrijf te plegen dat een gevaar betekent voor de openbare orde of de openbare veiligheid.
Bijvoorbeeld: iemand staat op het punt om brand te stichten in een gebouw, of om iemand anders aan te vallen.

4) Wanneer iemand daadwerkelijk een misdrijf pleegt en hierdoor een ernstige bedreiging vormt voor de openbare rust of de openbare veiligheid. Of de bestuurlijke aanhouding nu gerechtvaardigd is of niet, de politie treedt in dit geval op om het misdrijf te stoppen en de openbare orde te herstellen of te vrijwaren.
Bijvoorbeeld: iemand is zo dronken dat hij een gevaar vormt voor zichzelf en/of voor anderen.

5) Wanneer iemand deelneemt aan een samenscholing die moet worden opgeheven door de politie omdat de betrokkenen:
- gewapend zijn;
- misdaden begaan of wanbedrijven plegen tegen personen en/of goederen;
- in overtreding zijn met de wet inzake het verbod op privémilities;
- de bedoeling hebben om te plunderen, mensen te bedreigen of aan te vallen...;
- zich verzetten tegen de toepassing van de wet, tegen een bevel van de politie of een politiemaatregel, tegen een beslissing van de rechter of een dwangbevel.
Bijvoorbeeld: manifestanten in Brussel willen het politiekordon doorbreken om de “neutrale zone” rond het Koninklijk Paleis en het Parlement te betreden.

In het kader van de opheffing van dergelijke samenscholingen mag de politie overgaan tot de bestuurlijke aanhouding van alle personen die de openbare rust verstoren, met als doel hen af te zonderen van de betrokken samenscholing en de openbare orde te herstellen.




donderdag 27 maart 2014

Een getuigschrift van goed zedelijk gedrag aanvragen

Een getuigschrift van goed zedelijk gedrag kun je nodig hebben om te solliciteren voor een job, om je als zelfstandige te vestigen, voor het aanvragen van een jachtvergunning, …

Er bestaan twee verschillende modellen

  • Model 2 heb je nodig wanneer je een job wilt uitoefenen waarbij je in contact komt met minderjarigen. Dit is het geval als je bijvoorbeeld in een school wil werken.
  • Voor al het overige heb je model 1 nodig.

Het strafblad

Iedereen die een dergelijk getuigschrift nodig heeft, kan het aanvragen. Alles wat op je strafblad staat, wordt  erin vermeld.

Het strafblad is een registratie van de wetsovertredingen waar iemand voor veroordeeld is. 'Veroordeeld zijn' wil zeggen dat een rechter een uitspraak heeft gedaan in een strafzaak. Pas als iemand voor een strafbaar feit heeft moeten voorkomen en door een rechter veroordeeld is, wordt er gezegd dat hij of zij "een strafblad heeft". De straffen worden bijgehouden in een register. Ook het strafregister genoemd. Het beheer daarvan berust bij de burgemeester van een gemeente. Het zijn dan ook de gemeentediensten die het strafregister up to date houden. Dat is ook meteen de reden waarom een getuigschrift van goed zedelijk gedrag aangevraagd en bekomen wordt bij de gemeentediensten en niet bij de politie.

Vonnissen van de politierechtbank blijven  drie jaar  staan op het getuigschrift van goed zedelijk gedrag. Daarna gaan ze er automatisch af. Vonnissen van de correctionele rechtbank blijven er altijd op staan.

Eénmaal in je leven kan je eerherstel vragen voor correctionele vonnissen. Hiervoor mag je de laatste drie jaar geen correctionele veroordeling hebben en moeten alle burgerlijke partijen vergoed zijn.

De meeste burgers hebben gelukkig een 'blanco' strafblad en dat staat dan ook zo in het getuigschrift voor goed zedelijk gedrag.

 Afhandeling

het getuigschrift voor goed zedelijk gedrag wordt  niet  afgeleverd door de politie maar door de gemeente van je woonplaats dienst bevolking en/of burgerzaken. Het blijft daar aan te vragen en op te halen.

Nog maximaal 30 km/u op wegen met F99-borden

Vanaf 31 maart 2014 geldt een snelheidsbeperking van 30 km/u op de wegen die zijn aangeduid met de verkeersborden F99a, F99b of F99c. Die borden wijzen de wegen aan die voorbehouden zijn voor voetgangers, fietsers, ruiters en landbouwvoertuigen.

  
De aanwijzingsborden F99a, F99b en F99c.

Tot op vandaag voorzag de Wegcode geen specifieke snelheidsbeperking voor deze wegen, waardoor de snelheidslimiet op 90 km/u lag. De wegbeheerder (of zijn gemachtigde) was verplicht om een lagere snelheid aan te geven met extra verkeersborden (C43). De invoering van een uniforme regeling moet de gemeentebesturen dus heel wat werk besparen.

Bovendien moet het de veiligheid op wegen met een F99a, F99b of F99c-bord verhogen. Op die wegen zijn immers ook gemotoriseerde voertuigen van en naar de aanliggende percelen toegelaten, net als niet-gemotoriseerde drie- en vierwielers, voertuigen voor onderhoud, afvalophaling, toezicht en hulpverlening, en prioritaire voertuigen.

De wijziging ligt in de lijn van de andere bijzondere snelheidsbeperkingen in de Wegcode. Voor een woonerf is een maximale snelheid van 20 km/u van toepassing, voor een verhoogde inrichting 30 km/u, net zoals voor de zone-30 en de fietsstraat.

De wet van 29 januari 2014 treedt in werking op 31 maart 2014, 10 dagen na publicatie in het Staatsblad.

Wanneer begint de zomertijd?

In de nacht van zaterdag 29 maart 2014 op zondag 30 maart 2014 schakelen we over van wintertijd op zomertijd. 

Om juist te zijn: we draaien de klok één uur vooruit, twee uur wordt drie uur.
De overschakeling naar zomertijd heeft gevolgen:
·         zondagochtend zal je één uur minder kunnen slapen;
·        het zal langer klaar zijn daardoor kan je meer van het daglicht genieten om activiteiten te doen, zoals in de tuin werken of sporten. Kinderen kunnen langer buiten spelen en mensen zullen meer tijd in openlucht kunnen doorbrengen;
·         er wordt minder elektriciteit verbruikt.

dinsdag 25 maart 2014

Ik heb een proces-verbaal ontvangen, maar geen overschrijvingsformulier. Hoe kan ik alsnog betalen?

Allereerst dient u na te gaan of u een proces-verbaal met overschrijving (onder rubriek “bijkomende inlichtingen”) of een gewoon proces-verbaal hebt ontvangen. Dit kan u zien aan het nummer dat bovenaan vermeld wordt (begint met "OU").

a) "OU 98" + bedrag onderaan (onder rubriek “bijkomende inlichtingen”)
Het betreft hier een onmiddellijke inning. U zou dan automatisch een overschrijvingsformulier moeten krijgen in de komende dagen. Indien deze toch verloren zou gegaan zijn bij het versturen, zult u na een maand opnieuw een herinnering krijgen met nogmaals een overschrijvingsformulier. Het antwoord-formulier moet niet worden ingevuld als u akkoord gaat met de betaling.

b) "OU 93", "OU 94" of "OU 95"
Het betreft hier een gewoon proces-verbaal inzake een verkeersinbreuk waarbij het dossier door het Politieparket te Oudenaarde behandeld moet worden. Zij zullen beslissen over het verder gevolg, met name seponering, minnelijke schikking of dagvaarding. Bijgevolg zult u dan ook geen overschrijvingsformulier ontvangen en dient u te wachten tot u bericht krijgt van het Politieparket. U bent verplicht het antwoordformulier in bijlage terug over te maken aan de verbaliserende politiezone.

maandag 24 maart 2014

Resultaten verkeersacties

Resultaten flitscontroles zonder onderschepping van 20 maart 2014

Zottegem

Aantal controles: 624
Aantal overtredingen: 61

Sint-Lievens-Houtem

Aantal controles: 242
Aantal overtredingen: 44

Herzele

Aantal controles: 446
Aantal overtredingen: 125

Resultaten verkeersacties

Resultaten flitscontroles zonder onderschepping van 21 maart 2014

Zottegem

Aantal controles: 705
Aantal overtredingen: 105

Sint-Lievens-Houtem

Aantal controles: 172
Aantal overtredingen: 34

Herzele

Aantal controles: 272
Aantal overtredingen: 34

vrijdag 21 maart 2014

De verplichte inhoud van de verbandkist in je wagen

Je wist wellicht al dat je wagen voorzien moet zijn van een verbandkist of -etui. Maar heb je die al eens geopend en de inhoud ervan bestudeerd? Je kunt er niet zomaar instoppen wat jij denkt dat nodig is ...

De wetgever legde namelijk vast wat zo’n verbandkist moet bevatten.

Het KB houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto’s, hun aanhangwagens en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen (B.S. 28.03.1968) bepaalt dat personenwagens die niet gebruikt worden voor bezoldigd vervoer van personen en die niet voorzien zijn van de verbanddoos zoals voorzien in het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming, voorzien moeten zijn van een verbandetui of -kist.

Die verbandkist moet ten minste de volgende zaken bevatten :

  • Een individueel steriel verband van 12 cm op 14 cm om wonden af te dekken.
  • Een driehoekig verband in steriel gaas met een basis van 1,30 m om een arm te ondersteunen of om een wonde af te dekken.
  • Twee cambric zwachtels (7 cm op 5 cm en 10 cm op 5cm), gewikkeld in lasbaar papier, voor het verbinden van een slagaderlijke bloeding. Deze zwachtels kunnen ook worden gebruikt als tijdelijk verband bij het toedienen van de eerste zorgen.
  • Een zakje met tien antiseptische (ontsmettende) hechtpleisters.
  • Twee sluithaakjes (agrafen) of twee veiligheidsspelden om verbanden te sluiten.
  • Een overzicht van de inhoud van de verbandkist.
  • Een beschrijvende en geïllustreerde toelichtingsnota van de mond-op-mondbeademing met de vermelding dat je die kunt toepassen met een mondstuk, dus zonder rechtstreekse aanraking.
  • De toelichtingsnota met betrekking tot "de eerste hulp vóór de aankomst van de arts".

woensdag 19 maart 2014

Aanhangwagens : onderschat het diefstalrisico niet !!

Eigenaars van aanhangwagens (voor bagage, motortransport of boten) onderschatten dikwijls het risico op diefstal, of die aanhangwagen nu onder een dak staat of niet en al dan niet beveiligd is met een antidiefstalslot. Een paar eenvoudige maatregelen volstaan meestal om de kwade bedoelingen van dieven te verijdelen, of tenminste het speurwerk van de politie naar de daders te vergemakkelijken.

Enkele praktische preventietips :
  • Laat het chassisnummer op het chassis zelf graveren. Laat ook je nationaal nummer op verschillende plaatsen graveren, in het bijzonder op de disselboom.
  • Neem detailfoto’s van de aanhangwagen en berg die op een veilige plek op, samen met de documenten van de sleep.
  • Stal de aanhangwagen als het kan in een gesloten loods achter slot. Als hij toch buiten moet staan, plaats hem dan tussen een muur en een ander hindernis om diefstal te bemoeilijken.
  • Verwijder één van de wielen en het reservewiel en berg deze in een slotvaste garage
  • Gebruik een disselslot en eventueel een wielklem.

Politiescholen openen hun deuren op 29 maart 2014!

opendeur politieschoolZie je een job bij de politie wel zitten? Wil je graag meer weten omtrent de opleiding tot inspecteur? Of ben je gewoon nieuwsgierig naar de werking achter de schermen en de mens achter het blauwe uniform?

Op zaterdag 29 maart 2014 openen alle politiescholen hun deuren voor het publiek! In alle provincies kan je een kijkje nemen in de wereld van de politie. Tussen 10:00 uur en 16:00 uur kan je terecht in de politiescholen van Brussel, Brugge, Antwerpen, Gent, Asse en Genk.
Studenten, leraars en collega's geven u graag een woordje uitleg en er zijn allerhande demonstraties gepland.

U ziet, een bezoekje loont zeker de moeite! Wij hopen jullie talrijk te mogen ontmoeten.
Meer informatie vindt u op www.jobpol.be. Inschrijven kan hier.

Resultaten verkeerscontroles

Resultaten flitscontroles zonder onderschepping van 18 maart 2014

Zottegem

Aantal controles: 666
Aantal overtredingen: 116

Sint-Lievens-Houtem

Aantal controles: 387
Aantal overtredingen: 97

Herzele

Aantal controles: 221
Aantal overtredingen: 16

Resultaten verkeerscontroles

Op maandag 17 maart 2014 voerde de lokale politie een algemene controle op het gebruik van de gordel; gsm en het parkeren op plaatsen voor mensen met een handicap.

Resultaten :

6 OI 's gordeldracht
1 OI gebruik gsm achter het stuur
4 OI's verkeerdelijk parkeren
1 OI parkeren op een plaats voor gehandicapten
3 PVW 's wegens inbreuken op de verkeerswetgeving

Bij noodsituatie : laat je verwittigen via be-alert.be

In heel wat noodsituaties is een snelle verwittiging van de bevolking cruciaal. De manier waarop u wordt verwittigd, hangt af van de beschikbare kanalen op gemeentelijk, provinciaal en nationaal vlak.
Alarmering via SMS bij een noodsituatie
Alarmering via SMS bij een noodsituatie
Het Crisiscentrum van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken werkt aan de modernisering van de alarmeringskanalen.
BE-Alert is een nieuwe alarmeringstool dat ertoe strekt de bevolking die rechtstreeks betrokken is bij een noodsituatie sneller en duidelijker te verwittigen en zo goed mogelijk te informeren.
Met BE-ALERT, verschaft het Crisiscentrum eveneens een concrete en rechtstreekse hulp aan de bevoegde overheden door een geautomatiseerd en modern systeem voor de alarmering van de bevolking ter beschikking te stellen voor haar veiligheid.

Naargelang de noodsituatie, kan de overheid die instaat voor het crisisbeheer besluiten om een alarmeringsboodschap te sturen via de kanalen waarover zij beschikt. Om deze via BE-ALERT verzonden boodschappen te ontvangen, dient u zich op voorhand in te schrijven.
Via deze inschrijving, kunt u bovendien kiezen om verwittigd te worden via :
•     spraakbericht op uw vaste of mobiele telefoon
•     SMS op uw mobiele telefoon
•     schriftelijke boodschap via e-mail
•     schriftelijke boodschap via fax
De overheden kunnen eveneens automatisch alarmeringsboodschappen sturen via hun Twitter- en Facebook-accounts. Wij raden u dus aan om vanaf nu de officiële pagina’s van uw gemeente, provincie of nationaal crisiscentrum te volgen.
Sinds maart 2014 beschikken alle provinciegouverneurs en het nationaal Crisiscentrum over een operationele toegang tot BE-ALERT. Op gemeentelijk niveau, zal BE-ALERT in eerste instantie getest worden door 33 pilootgemeenten die de huidige tool zullen evalueren.
BE-ALERT zal echter voortdurend evolueren. Nadien zal BE-ALERT ter beschikking worden gesteld van alle burgemeesters van het land.
Momenteel, zelfs indien uw gemeente BE-ALERT nog niet test, kunt u zich reeds inschrijven om alarmeringsboodschappen te ontvangen. Indien de gouverneur van uw provincie bijvoorbeeld een eventuele noodsituatie coördineert, dan zal hij u op die manier boodschappen kunnen sturen via het systeem.
Hoe inschrijven?
•    Inschrijven kan via be-alert.be