Pagina's

woensdag 22 januari 2014

Motorrijders en automobilisten, hou elkaar in het oog!



In het Kader van een vroegere campagne hebben het BIVV en het Motor Cycle Council (MCC) in de lente van 2012 hun krachten gebundeld met de leuze: “Heb oog voor mekaar”. Deze campagne was zowel voor motorrijders als voor automobilisten bedoeld. Het doel: een halt toeroepen aan het alsmaar stijgende aantal ongelukken met motors. Maar liefst 12% van het totale aantal doden en zwaargewonden in het verkeer zijn motorrijders, terwijl ze maar goed zijn voor 1% van het totale aantal afgelegde kilometers. Het risico op overlijden per afgelegde kilometer is 20 keer (!) hoger voor een motorrijder dan voor een automobilist. Dit alles maakt dat het zeker zin heeft om nog eens terug te komen op de feiten.

Seizoensgebonden gevaar
Bijna 80% van de motorongevallen gebeurt tussen april en oktober. April en juli zijn overigens de dodelijkste maanden. Wanneer het mooie weer begint in april, halen de motorrijders hun motor weer van stal na een lange winterslaap. De eerste ritjes zijn ongetwijfeld de gevaarlijkste omdat enkele automatismen niet meer zo automatisch blijken te zijn en omdat de motorrijders hun rijvaardigheid weer wat moeten ophalen. In juli worden er vooral (heel) lange trips gemaakt met de motor. Het risico op ongevallen is dan natuurlijk nog groter.

Gekende oorzaken
In 43% van de ongevallen is enkel de motorrijder in fout. Een goede opleiding en een defensieve rijstijl zijn zonder twijfel de belangrijkste punten voor motorrijders om op te focussen, om niet de controle te verliezen over hun voertuig.

Wanneer het ongeval echter plaatsvindt op een kruispunt is het in meer dan 40% van de gevallen omdat men geen voorrang verleent (bij 34,5% de fout van de automobilist en bij 6,1% die van de motorrijder). Een “klassiek” voorbeeld: een motorrijder nadert een kruispunt waar hij voorrang heeft. Een automobilist komt uit een dwarsstraat, schat de snelheid van het kleinere voertuig verkeerd in en snijdt de motorrijder de pas af. Als deze laatste er niet in slaagt op tijd uit te wijken of te remmen, is een ongeval onvermijdelijk...

Aandacht en zichtbaarheid
Bij ongevallen tussen een motor en een auto zegt de automobilist achteraf vaak dat hij de motorrijder niet (op tijd) had gezien of zijn snelheid had onderschat. Weggebruikers moeten dus altijd extra voorzichtig zijn ten opzichte van motorrijders, en motorrijders moeten beseffen dat ze niet altijd zichtbaar zijn voor de andere weggebruikers.

Om de automobilisten niet te verrassen – en om ongelukken te vermijden – is het heel belangrijk dat motorrijders niet vergeten dat ze een file mogen voorbijrijden aan maximaal 20 km per uur sneller dan de auto’s en dat, indien de file zelf aan meer dan 50 km per uur vooruitgaat, het niet meer toegelaten is om langs de rijen auto’s door te rijden!

Hogere administratieve boetes bij niet-betaling verkeersbelasting


Wie zijn verkeersbelasting of belasting op de inverkeerstelling niet tijdig betaalt, riskeert sinds 1 januari 2014 een administratieve boete tot 1.250 euro (voordien maximaal 500 euro). De administratieve boetes bij andere overtredingen op de wetten op de verkeersbelastingen stijgen niet.
De administrateur- generaal van de Vlaamse Belastingdienst (Vlabel) heeft de regels voor het opleggen van administratieve boetes bij overtreding van de wetten op de verkeersbelastingen, afgestemd op de Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF).
Boetes vanaf 1 januari 2014
Wie een inbreuk pleegt tegen de bepalingen van hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3 van titel 2 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 en van de uitvoeringsbesluiten, riskeert vanaf 1 januari 2014 volgende administratieve boetes (art. 3.18.0.0.1, VCF):


Soort overtreding

Administratieve boete

A.

niet-betaling van:

• de verkeersbelasting, vermeld in titel 2, hoofdstuk 2, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit, en/of

• de belasting op de inverkeerstelling, geheven conform titel 2, hoofdstuk 3, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit

Vanaf 1 januari 2014:

• boete van 25% van het niet-betaalde bedrag vanaf een uitstaande hoofdsom van 100 euro, met een minimumboete van 50 euro en een maximumboete van 1.250 euro

Tot 31/12/2013:

• betaling binnen 1 maand na de vervaldag: boete van 10% van het niet-betaalde bedrag vanaf een uitstaande hoofdsom van 100 euro per vordering, met een minimumboete van 50 euro en een maximumboete van 200 euro

• betaling meer dan 1 maand na de vervaldag: boete van 25% van het niet-betaalde bedrag vanaf een uitstaande hoofdsom van 100 euro, met een minimumboete van 50 euro en een maximumboete van 500 euro

B.

• niet-aangifte voor de voertuigen vermeld in artikel 2.2.2.0.1, § 2, tweede lid van de Vlaamse Codex Fiscaliteit die aanleiding geven tot navordering van heffingen;

• niet of foutief ingeschreven voertuigen als vermeld in artikel 2.2.2.0.1, § 2, eerste lid en 2.3.2.0.1, § 1, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit

Vanaf 1 januari 2014:

• boete van 50% van het niet-betaalde bedrag bij de eerste inbreuk, met een minimumboete van 50 euro en een maximumboete van 1.250 euro

• in geval van recidivisme: boete van 150% van het niet-betaalde bedrag, met een minimumboete van 50 euro en een maximumboete van 1.250 euro

• valsheid in geschrifte en gebruik van valse stukken: boete van 300% van het niet-betaalde bedrag, met een minimumboete van 50 euro en een maximumboete van 1.250 euro

C.

inbreuk op artikel 2.2.6.0.1, 3.5.3.0.2 en 2.3.6.0.1, § 1 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit, met uitzondering van artikel 2.2.6.0.1, § 1, 1ste lid, 13°, § 2, 2,° en § 3 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit (verkeerd gebruik van een vrijstelling)

Vanaf 1 januari 2014:

• boete van eenmaal het niet-betaalde bedrag, met een minimumboete van 50 euro en een maximumboete van 1.250 euro

D.

inbreuk op artikel 2.2.6.0.1, § 1, eerste lid, 13°, § 2, 2°, en § 3 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit (verkeerd gebruik van rittenblad)

Vanaf 1 januari 2014:

• boete van driemaal het niet-betaalde bedrag, met een minimumboete van 50 euro en een maximumboete van 1.250 euro

E.

andere inbreuken

Vanaf 1 januari 2014:

• 250 euro boete

dinsdag 21 januari 2014

Agenda Politieraad (29-01-2014)

De volgende zitting van de Politieraad van de Politiezone Zottegem – Herzele – StLHoutem zal doorgaan op woensdag 29-01-2014 om 19.00 uur in het commissariaat te Zottegem, Meengracht 1.

De agenda van de zitting vindt u hier.

vrijdag 17 januari 2014

Nederland en België wisselen voortaan continu gegevens gestolen voertuigen uit

De Belgische politie kan voortaan een beroep doen op Nederlandse politie verbindings-officieren in het buitenland, en omgekeerd. Gisteren  16 januari ondertekenden commissaris-generaal Catherine De Bolle en haar Nederlandse evenknie Gerard Bouman daarover een akkoord. België en Nederland kwamen ook overeen voortaan elke werkdag lijsten van gestolen voertuigen en nummerplaten uit te wisselen zodat camera’s met nummerplaat-herkenning (ANPR- camera's) in beide landen die voertuigen kunnen opsporen.

In 2011 al ondertekenden de bevoegde ministers een akkoord om te bekijken hoe België en Nederland hun netwerk van verbindingsofficieren efficiënter konden inzetten en beter op elkaar afstemmen. Verbindingsofficieren zijn politiemensen die in andere landen gesta-tioneerd zijn. Hun taak is tussenkomen in vaak zeer complexe of dringende dossiers met een internationaal karakter en met een link met het land waar ze gestationeerd zijn. Nadat Nederland en België de voorbije jaren enkele succesvolle proefprojecten opzetten, wordt de samenwerking nu veralgemeend. Gisteren ondertekenden commissaris-generaal De Bolle en korpschef Gerard Bouman, de topman van de Nederlandse politie, een akkoord over de werkverdeling. Daardoor zullen Belgische politiediensten nu ook een beroep kunnen doen op een Nederlandse collega in die landen waar de Belgische politie zelf geen verbindingsofficier heeft, en omgekeerd.



Gestolen voertuigen en nummerplaten

Er is ook een akkoord over de uitwisseling van lijsten van gestolen voertuigen en nummer-platen voor opsporing via ANPR- camera’s. België en Nederland zullen die lijsten voortaan elke werkdag aan elkaar doorgeven. “In het kader van de bestrijding van criminaliteit zijn gestolen voertuigen een belangrijke factor. Ze worden immers gebruikt voor overvallen, ramkraken en worden ook vaak gespot bij inbraken”, luidt het. Het akkoord past in de groeiende samenwerking tussen de landen van de Benelux. “Zeker in de grensstreek wordt meer en meer de nood gevoeld aan dergelijke gezamenlijke initiatieven. Het ondertekenen van het samenwerkingsakkoord tussen België en Nederland is dus een logische stap in de strijd tegen internationale criminaliteit.”

De perceptie van geluid en de effecten van geluidsoverlast

Geluid is alomtegenwoordig in onze leefomgeving: een vliegtuig dat overvliegt of een trein die passeert, de buurman die de haag scheert, een bouwwerf in de buurt, kinderen die buiten spelen of de buren die een feestje hebben tot in de vroege uurtjes... Het zijn meestal vertrouwde geluiden die zelfs geruststellend zijn, maar evengoed behoorlijk op onze zenuwen kunnen werken.
De perceptie van geluid is subjectief

Het is perfect mogelijk om de intensiteit van geluiden wetenschappelijk vast te stellen en te meten; dat gebeurt aan de hand van decibels. We hebben het dan over een objectieve beoordeling van het geluid.
Daarnaast heeft geluid een uiterst subjectieve dimensie: iedere persoon ervaart geluid namelijk op een andere manier. Een geluid dat door de ene persoon amper wordt opgemerkt, kan voor een andere persoon ondraaglijk zijn.

De perceptie van geluid hangt immers af van een combinatie van verschillende factoren, die steeds erg persoonlijk zijn. We zetten ze hier even op een rijtje.
• Onze activiteit op dat moment. Als we een groot feest bijwonen, zullen we veel meer lawaai kunnen verdragen dan wanneer we bijvoorbeeld aan het studeren zijn.
• De gevoelens die verbonden zijn met bepaalde geluiden. Op iemand die erg bang is voor onweer zal een donderslag heel wat meer impact hebben dan op iemand die helemaal niet bang is.
• De herhaling en frequentie van een bepaald geluid. Hoe vaker een bepaald geluid terugkeert, hoe meer hinder het zal veroorzaken. Denken we maar aan de mensen die vlakbij een luchthaven wonen.
• De relatie die we hebben met de veroorzaker van het geluid. Doorgaans zijn we veel minder gevoelig voor lawaai dat door onszelf, door naaste familie of door eigen dieren wordt voortgebracht. Het geblaf van onze eigen hond wordt bijvoorbeeld als veel minder storend ervaren dan dat van de hond van de buren.
• De verwachtingen. Als we van tevoren weten dat er lawaai op komst is, bijvoorbeeld door een buurtfeest, is dat gemakkelijker te verdragen omdat we ons er op kunnen instellen.
• Onze dagelijkse omgeving en gewoontes. Dat hangt nauw samen met wat we gewend zijn: iemand die in een grote stad woont zal meer verkeerslawaai gewend zijn en er dus veel minder last van hebben dan iemand die in een rustige, landelijke omgeving woont. En een leerkracht zal weinig hinder ondervinden van het geroep van kinderen op de speelplaats.
• Onze individuele gevoeligheid. Die hangt bovendien samen met onze gezondheid en onze affectieve en emotionele toestand. Als we zwaar onder stress staan of ons lichamelijk niet goed voelen, zullen we veel minder lawaai kunnen verdragen dan normaal.

De perceptie van geluid is dus voor iedereen anders. De regels en bepalingen in verband de beperking van geluidsoverlast beogen dan ook het algemeen belang van iedereen en kunnen onmogelijk rekening houden met de omstandigheden en gevoeligheden van ieder individu afzonderlijk.

De effecten van geluidsoverlast


Afhankelijk van de intensiteit, de herhaling en de duur van het lawaai, kan dit:

- het gehoor verminderen of zelfs ernstig beschadigen;
- leiden tot slaapstoornissen en psychische problemen, stress, een verhoogd risico op hart- en vaatziektes, een (te) hoge bloeddruk... met name als het lawaai aanhoudend, onvoorspelbaar en oncontroleerbaar is;
- het sociale gedrag beïnvloeden: agressiviteit, in zichzelf keren, isolement ...

Onderzoekers zijn erin geslaagd een gehoordrempel of waarnemingsdrempel van het menselijk gehoor vast te leggen, evenals een pijndrempel (het moment dat fysiek geluid pijnlijk wordt voor het menselijk oor). Daartussenin is er een (variabele) drempel bepaald waarop geluid overgaat in geluidshinder. Daarbij wordt niet alleen rekening gehouden met het geluidsniveau (in decibels) en de manier waarop het wordt voortgebracht (continu, onregelmatig of impulsgeluid), maar ook met de subjectieve perceptie van individuen.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft ook een aantal aanbevelingen gedaan om geluidshinder te voorkomen in het kader van enkele specifieke activiteiten (hotels, ziekenhuizen, scholen enz.).

dinsdag 14 januari 2014

De resultaten van de BOB-actie van zaterdagnacht 11 januari op zondagmorgen 12 januari 2014

Herzele

Aantal ademtesten : 48 (2 positief en 1 alarmfase)
Aantal testen drugs in verkeer : 1 (negatief)
Aantal pvw’s : 2
Aantal pv's : 1 bezit kleine hoeveelheid verdovende middelen


Zottegem

Aantal ademtesten : 10 (1 positief)
Aantal testen drugs in het verkeer : 2 ( waarvan 1 positief resultaat)
Aantal pvw’s : 3 (verzekering, lichten)
Aantal pv's : 1 bezit kleine hoeveelheid verdovende middelen
Aantal oi's : 1 (gordeldracht)

vrijdag 10 januari 2014

Iemand biedt aan om met zijn of haar gsm naar Card Stop te bellen?

altEr is een nieuwe vorm van fraude opgedoken. Het gebeurt als volgt. Uw kaart wordt ontvreemd en een 'behulpzaam persoon' biedt aan op haar of zijn gsm met Card Stop te bellen. In plaats van naar het bekende nummer 070 344 344 te bellen, toetst de persoon het nummer van een medeplichtige in, die zich als een Card Stop-medewerker voordoet. Deze persoon probeert uw pincode of andere persoonlijke gegevens te ontfutselen. Met de kaart en de pincode wordt dan geld van uw rekening gehaald.

Ga nooit in op een voorstel om in uw plaats naar Card Stop te bellen. Indien uw kaart werd gestolen, verloren of ingeslikt, belt u zelf direct naar het nummer 070 344 344. Werd u het slachtoffer van een dergelijke fraude, neem dan zo snel mogelijk contact op met Card Stop op het nummer 070 344 344 om uw kaart werkelijk te blokkeren. Let op: het is niet omdat op het scherm van de gsm 'Card Stop' staat geschreven, dat het achterliggende nummer ook werkelijk het nummer van Card Stop is.

Pas op voor belfraude met sms!

GSMHonderden Belgen hebben de laatste dagen sms'jes gekregen met de vraag om naar het buitenland te bellen. De berichtjes zijn in het Frans opgesteld en hebben de volgende boodschap: 'Bel mij dringend op'. Mobistar waarschuwt voor oplichterij. Het gaat om Wangiri, een vorm van fraude. De drie grote gsm-operatoren, Belgacom, Mobistar en Base Company, informeren hun klanten momenteel massaal via de sociale media zoals Facebook en Twitter.

Het gaat om telefoonnummers in exotische plaatsen. De laatste dagen gaat het vooral om boodschappen in het Frans, maar er zijn ook boodschappen in andere talen, bijvoorbeeld in het Engels, gesignaleerd. Wie toch belt, telefoneert naar een buitenlands en duur betaalnummer uit Niger, Letland, Madagascar of Nauru. Een oproep kan tot twee euro per minuut kosten.

De sms'jes worden verstuurd door een computerprogramma. Wellicht is dat nu een bestand met Belgische nummers aan het 'uitproberen'. De techniek vond haar oorsprong in Japan.

De gsm-operatoren hopen dat deze fraude "opdroogt" naarmate de klanten gehoor geven aan hun oproep om niet te bellen naar de nummers. Deze oplichters zijn zo creatief dat ze het na enige tijd vanop een ander nummer of vanuit een ander land opnieuw proberen. Het is een verschijnsel dat sinds enkele jaren regelmatig de kop opsteekt.

Als de klant de klantendienst contacteert, kan hij/zij het nummer doorgeven en dan wordt dat meteen geblokkeerd. Een scanning-systeem kan vaststellen dat klanten massaal bestookt worden met sms'en vanuit een bepaald nummer. De klanten van Belgacom, Mobistar en Base Company kunnen gratis terecht bij de klantendiensten om informatie te krijgen of door te geven over deze vorm van oplichting.

woensdag 8 januari 2014

Dief gevat tijdens politiecontrole


Op 7 januari werd de genaamde B.B (1970) wonende te Roemenië, onderworpen aan een politiecontrole waaruit bleek dat hij in het bezit was van gestolen voedingswaren ten nadele van LIDL nv. De man bekende de diefstal te hebben gepleegd.
Het parket van Oudenaarde heeft de verdachte gedagvaard in snelrecht om zich te verantwoorden voor de correctionele rechtbank op de zitting van 3 februari 2014.

Verhoor van een verkrachtingsslachtoffer: de aanpak van de dader omschrijven


In een eerste artikel legden we de nadruk op de complexiteit van een verkrachtingsonderzoek en op de nood aan zoveel mogelijk informatie om de dader te identificeren – niet alleen op basis van zijn uiterlijk, maar ook op grond van een persoonlijkheidsprofiel. Verder hebben we ook enkele deontologische en technische basisprincipes aangehaald die bij het verhoor van het slachtoffer in acht moeten genomen worden. Nu nemen we het eigenlijke verhoor van het slachtoffer en de mogelijk benaderingswijzen van de dader onder de loep.

Het eigenlijke verhoor: twee delen

• In het begin laat u het slachtoffer best vrij vertellen. Moedig haar aan om zoveel mogelijk details te vertellen over het verloop van de feiten en over de dader, geef haar de tijd om na te denken en te proberen zich te dingen herinneren en vooral: onderbreek haar niet.

U kunt de dialoog bijvoorbeeld als volgt op gang brengen: Vertelt u me maar wat er is gebeurd: wanneer, hoe, waar ... Probeer u zoveel mogelijk details te herinneren ... Neem rustig de tijd.


• Dan volgt de tweede fase, waarin bepaalde punten uit het verhaal worden verduidelijkt. Vermijd ja-neenvragen; stel open vragen waarop het slachtoffer met volledige zinnen kan antwoorden.

Enkele voorbeelden: U vertelde me dat uw belager u heeft bedreigd. Wat bedoelt u daar juist mee? U zei dat de dader gewapend was. Kunt u het wapen beschrijven? Toen hij zei dat u zich moest uitkleden, wat zei hij toen precies? Zei hij nog iets anders?

Om nog verder in detail te kunnen gaan, kunnen dan meer gesloten vragen worden gesteld, waarop maar één antwoord mogelijk is.

Enkele voorbeelden: U zei dat de man groot was. Hoe groot precies? Bent u al bij een dokter geweest?


Nu gaan we ook dieper in op het gedrag van de dader. Daarbij onderscheiden we drie aspecten:

• fysiek: eventueel gebruik van geweld;
• verbaal: de gebruikte bewoordingen, bedreigingen, commentaar;
• seksueel: de gestelde handelingen, volledige of onvolledige coïtus.


Mogelijke benaderingswijzen van de dader


• “Gemoedelijk”. Hij benadert het slachtoffer openlijk met een smoes: hij is vriendelijk, vraagt om een inlichting of biedt zelfs hulp aan. Hij probeert een sociale band te scheppen, vertrouwen te winnen. Als hij de situatie eenmaal in de hand heeft, verandert hij plots van houding. Deze aanpak doet vermoeden dat de dader zelfvertrouwen heeft in zijn contact met vrouwen. Tegelijk minacht hij hen of is hij hen vijandig gezind.

• “Snel”. Hier is de toenadering direct, fysiek en brutaal en kan van voren of van achteren gebeuren. De dader bindt zijn slachtoffer vast en dekt haar mond af of blinddoekt haar. Hij kan een ook verdovend gas gebruiken. De gewelddadige aanpak doet vermoeden dat de dader over het algemeen weinig voeling heeft met vrouwen. In zijn relatie met hen is hij egocentrisch en op zichzelf gericht, het gaat duidelijk om eenrichtingsverkeer.

• “Verrassend”. Hier wacht de dader zijn slachtoffer op, achter een muurtje of een boom in een park, in een portiek ... Hij verrast haar, uit mondelinge bedreigingen of gebruikt een wapen. Meestal gaat het hier om iemand die een mogelijk slachtoffer heeft gekozen, maar die niet genoeg vertrouwen heeft in zijn charmes om een vrouw met een smoes te benaderen (de gemoedelijke aanpak) of in zijn fysieke kracht (voor de snelle aanpak).


dinsdag 7 januari 2014

Wijkwerking Borsbeke-Ressegem en Woubrechtegem: wijkinspecteur Frank met pensioen en opgevolgd door Quinten

Na 37.5  jaar dienst ging wijkinspecteur Frank Minoodt op 1 januari 2014 met pensioen. Frank  trad op 27.06.1977 in dienst bij de toenmalige rijkswacht; na zijn opleiding begon hij zijn operationele carrière bij de 6° Mobiele Groep in Etterbeek en vanaf 1979 kwam hij de rijkswachtbrigade in Herzele  versterken. Bij de politiehervorming in 2001 werd Frank wijkinspecteur in Ressegem, Woubrechtegem en een deel van Borsbeke.

De politiezone Zottegem/Herzele/Sint-Lievens-Houtem dankt Frank voor zijn jaren van inzet en wenst hem een welverdiend pensioen toe.

Frank  wordt als wijkinspecteur in Ressegem, Woubrechtegem en Borbsbeke opgevolgd door Quinten Gilessen. Hij startte zijn politiecarrière op 01.02.2002 bij de politie van Gent om na een aanwezigheid van 2.5 jaar in de politiezone Puyenbroeck (interventie/wijkwerking) op 01.07.2010 te starten bij de interventiedienst van de politiezone Zottegem/Herzele/Sint Lievens Houtem.

Gezien zijn verleden vanuit de interventiedienst beschikt ook Quinten over een goede terreinkennis, die hem nu als wijkinspecteur van pas komt.

U kunt de nieuwe wijkinspecteur tijdens zijn diensturen bereiken via telefoonnummer 053/60.70.80 of gsm 0474/874871 of via e-mail wijkwerking_herzele@pz5429.be.

Wenst u te weten wie in uw straat wijkinspecteur is, dan kunt u dat aan de hand van de deelgemeente en straatnaam nagaan op de website van de politiezone www.lokalepolitie.be/5429 onder de rubriek ‘wijk’.

Verspreid zelf geen opsporingsbericht online

‘Werk samen met de politiediensten om een oproep voor een misdrijf te verspreiden.’ Dat is de raad die Erik van Poucke, Diensthoofd Opsporingen van de federale politie, geeft naar aanleiding van het filmpje dat gisteren op Facebook verscheen en dat een online klopjacht op een wegpiraat uitlokte.

‘Alleen een magistraat heeft de macht om een opsporingsbericht te verspreiden. Hij zal de kans op succes van de opsporing afwegen tegen de schending van de privacy van afgebeelde personen’, zegt Van Poucke.
Procedurefouten
‘Een winkelier die meermaals werd overvallen kan in de verleiding komen het recht in eigen handen te nemen. Als hij de indruk heeft dat de politie te weinig doet om de daders te identificeren zou hij zijn bewakingsbeelden eigenhandig kunnen verspreiden’, zegt Van Poucke. ‘Het voordeel is dat deze media zeer snel werken en een grote verspreiding kennen, maar er zijn ook nadelen: je begaat een inbreuk op de privacy van de gefilmde personen. Als de dader ingerekend wordt, kan hij die schending inroepen en misschien een veroordeling ontlopen wegens procedurefouten.’
‘De gevolgen voor iemand die ten onrechte van strafbare feiten wordt beschuldigd soms niet te overzien, en het kan evenmin de bedoeling zijn om zelf strafexpedities op te zetten.’
Context
Wat is dan de goede procedure? ‘Als je beelden hebt die het onderzoek kunnen helpen, spreek dan met de politiemensen die de vaststellingen komen doen. Zij kunnen aan het parket toestemming vragen om een opsporingsbericht te publiceren. De Dienst Opsporingsberichten verspreidt de beelden in de juiste context en koppelt aan elk opsporingsbericht een telefoonnummer waar getuigen terecht kunnen. Daar worden de tips gebundeld en aan de onderzoekers doorgegeven. Die kunnen dan de informatie natrekken en de daders identificeren om ze voor de rechter te brengen en te laten veroordelen.’

Bron: BELGA

maandag 6 januari 2014

Toelichting over het AMOK-fenomeen.

Op donderdag 12 december gaf de politiezone aan alle scholen van het grondgebied een toelichting over het AMOK-fenomeen.

AMOK is een politionele term voor het blinde geweld waarbij een dader bewust meerdere personen vermoordt op een zelfde plaats.

Het volledige persartikel uit de Beiaard van 27-12-2013 kan u hier lezen.

woensdag 1 januari 2014

Verhoor van een verkrachtingsslachtoffer: mogelijke reacties van het slachtoffer

Hoe benadert een verkrachter zijn slachtoffer? Wat doet hij om haar te overmeesteren? Gebruikt hij een wapen of fysieke dwang, of bedreigt hij haar? Kan een speurder nuttige aanwijzingen vinden in het gedrag van de belager tegenover zijn slachtoffer? Nadat we deze aspecten hebben behandeld, bekijken we nu de verschillende mogelijke reacties van het slachtoffer tegenover de dader en van de dader op het verzet van zijn slachtoffer.

 
Mogelijke reacties van het slachtoffer

De dader verplicht het slachtoffer soms tot bepaalde handelingen. Daarop zijn twee reacties mogelijk: zich verzetten of gehoorzamen. We onderscheiden drie soorten verzet: passief, verbaal en fysiek. De meeste onderzoekers hebben wel oog voor verbaal of fysiek verzet, maar hebben de neiging om de passieve vorm verzet te verwaarlozen of zelfs te negeren.

• We spreken van passief verzet als het slachtoffer geen verbale of fysieke weerstand biedt, maar gewoon weigert om op de eisen van de verkrachter in te gaan, die bijvoorbeeld wil dat ze zich uitkleedt.

• Onder verbaal verzet verstaan we bijvoorbeeld: roepen, smeken, neen zeggen, met de dader gaan onderhandelen of proberen hem tot rede te brengen. Wenen wordt in deze context niet als verbaal verzet beschouwd.

• Fysiek verzet kan bestaan uit proberen te vluchten of worstelen, slaan, trappen, bijten of krabben om de daad onmogelijk te maken, uit te stellen of in ernst te beperken.



Mogelijke reacties van de dader op het verzet van het slachtoffer


Uiteraard is een verkrachting buitengewoon stresserend voor het slachtoffer. Maar ook de dader is gestrest uit angst dat hij niet zou slagen in zijn opzet, gewond zou geraken, belachelijk zou worden gemaakt of zelfs geïdentificeerd en aangehouden zou worden. Daarom is het van belang dat de onderzoeker weet hoe de dader heeft gereageerd op het eventuele verzet van zijn slachtoffer.

We onderscheiden vier mogelijke reacties:

• De poging staken en vluchten. In bepaalde gevallen dringt de dader niet aan, maar vlucht hij bij het eerste teken van verzet. Deze vluchtreactie is interessant, want ze kan erop wijzen dat de delinquent ofwel het slachtoffer niet echt wilde dwingen, ofwel niet voorbereid was op enige vorm van verzet.

• Tot een compromis proberen te komen. Soms zwakt de dader zijn eisen af, stelt hij een compromis voor of onderhandelt hij en laat hij het slachtoffer een alternatief voorstellen. Zo kan de dader in plaats van anale seks, die hij eerst wilde plegen, zich tevreden stellen met vaginale betrekkingen.

• Bedreigen. Als het slachtoffer zich blijft verzetten, is het van belang te kijken of en hoe hij zijn bedreigingen uitvoert.

• Geweld gebruiken. Sommige verkrachters gebruiken niet onmiddellijk geweld, maar pas als het slachtoffer zich in zeker mate verzet. In dat geval moet de speurder proberen te achterhalen hoeveel geweld de dader pleegde en in welke vorm.

dinsdag 31 december 2013

Een taxirit: de prijsbepaling is strikt gereglementeerd!

De exploitatie van een taxidienst is duidelijk vastgelegd in de wetgeving. De bedoeling daarvan is uitbuiting door de chauffeurs van hun cliënteel te voorkomen. Eén van de mogelijke misbruiken is dat de chauffeur aan het einde van de rit een veel te hoog bedrag aanrekent. Gelukkig heeft de wetgever ook hiervoor strikte regels voorzien.

 
Welke prijs mag een taxichauffeur vragen?
De uiteindelijke prijs hangt van een aantal vaste parameters af: het aantal afgelegde kilometers, de wachttijd (bv. om rekening te houden met de stoplichten), een vaste prijs (eerste aanslag) voor het vervoer van de passagier(s) en een supplement als het om een nachtelijke rit gaat. Bovendien kan een taxichauffeur die een enkele rit verzorgt en met een leeg voertuig terugkeert, een hoger tarief aanrekenen.

De taxidiensten vallen voor een groot deel onder de bevoegdheid van de steden en gemeenten. Zij reiken de vergunningen uit en leggen de tarieven vast. Deze prijzen zijn steeds inclusief btw, service en fooi. Als er geen gemeentelijk reglement is voor de tarieven, dan stelt het college de tarieven vast op voorstel van de exploitant. De tarieven moeten in elk voertuig zichtbaar aangeduid zijn op de taxikaarten (binnenkant achterruit en rugleuning voorste passagierszetel of dashboard).

Tijdens de taxirit wordt het te betalen bedrag constant aangegeven door een taximeter die in het voertuig hangt. Dit apparaat, dat moet voldoen aan de wettelijke metrologische voorschriften, berekent automatisch de verschillende parameters in het totaalbedrag. De prijs die de taxichauffeur vraagt op het einde van de rit mag in geen geval hoger zijn de prijs die op de taximeter kan worden afgelezen.

In geval van betwisting ...

Om de klanten toe te laten de berekende prijs op de taximeter gemakkelijk te kunnen aflezen, moeten de cijfers duidelijk zichtbaar zijn voor de passagiers. Zodra dat nodig is, wordt de wijzerplaat ook verlicht.
In geval van onenigheid tussen de chauffeur en de klant, kan deze laatste zich richten tot de politie van de vergunningverlenende gemeente. De gegevens hiervan staan vermeld op het vervoerbewijs onder “klachten”.

maandag 30 december 2013

Toegang website lokale politie

Wegens een algemeen probleem (updates en zo meer) bij de server van de Federale Politie in Brussel zijn de websites van de lokale politie momenteel niet beschikbaar. Het probleem zal zo vlug mogelijk opgelost worden.

zaterdag 28 december 2013

Advies diefstal- en inbraakbeveiliging

Onze politiezone telt drie diefstalpreventieadviseurs.  Je kan bij deze medewerkers terecht voor advies om jouw woning beter tegen inbraken te beveiligen en eventuele schade te beperken. Een diefstalpreventieadvies is een gratis advies op maat en volledig aangepast aan uw gebouw.

Bovendien beschikt de politiezone in het commissariaat te St-Lievens-Houtem (Edgard Tinelstaat 9c) over een ingericht diefstalpreventielokaal. Aan de hand van demonstratiemateriaal en andere info kan toegelicht worden hoe u best uw eigendommen beveiligt tegen diefstal. Ook kandidaat bouwers/verbouwers zijn met hun ontwerpen en bouwplannen welkom voor een advies op maat.

U kan het lokaal bezichtigen op afspraak en ook iedere eerste donderdag van de maand tussen 18.00 uur en 20.00 uur.

Een afspraak maken kan telefonisch via het algemeen oproepnummer 09/3644730, via het algemeen mailadres van de politiezone (politiezonezottegem@pz5429.be) of via de coördinator van de diefstalpreventie Hoofdinspecteur Luc Vandenberghe, bereikbaar via luc.vandenberghe@pz2429.be

vrijdag 27 december 2013

Verkeersongeval: hoe verwittigt u de hulpdiensten?

Een weggebruiker kan ieder ogenblik betrokken raken in of getuige zijn van een verkeersongeval. Afhankelijk van de omstandigheden zal hij de politie of de hulpdiensten moeten verwittigen en kan deze oproep dringend zijn (zwaargewonden, brand, ...).

Hoe kunt u in zo’n stresssituatie hulp vragen en de juiste inlichtingen aan de hulpdiensten verschaffen opdat deze doeltreffend zouden kunnen optreden ? Welk nummer moet u vormen (gsm, telefoon) en waar bevinden de praatpalen zich op de autosnelweg ?


Hoe communiceren in dringende gevallen ?
• Maak snel een evaluatie van de toestand en vorm dan het noodnummer van de hulpdiensten. Wacht tot de operator opneemt. Toets het nummer niet om de drie seconden opnieuw in! Blijf kalm en concentreer u op de inhoud van het bericht dat u moet overbrengen.

• Als u de operator aan de lijn hebt, spreek dan duidelijk en bondig. Beperk u tot het essentiële.

• Deel eerst en vooral de juiste plaats van het ongeval mee: de gemeente, het nummer van de weg, de hectometerpaal, de rijrichting, enz.

• Specificeer vervolgens de aard van het ongeval.

• Leg dan uit hoeveel slachtoffers er zijn en in welke toestand ze zich bevinden.

• Verduidelijk de mogelijke gevaren en bijzondere omstandigheden: brand, enz.

• Haak nooit als eerste in, maar wacht tot de operator u alle vragen heeft gesteld die hij nodig acht
 
 

maandag 23 december 2013

"S.O.S. Winter"

De Lokale Politie Zottegem/Herzele/Sint Lievens-Houtem en de OCMW ’s van de drie gemeenten slaan opnieuw de handen in mekaar voor de 3e editie van het hulpverleningsproject "S.O.S. Winter" dat loopt van 1 december 2013 tot 31 maart 2014.

Door sneeuw, hevige vrieskou of ijzel komen sommige mensen ongewenst in behoeftige situaties terecht waarbij hun zelfredzaamheid wordt ondermijnd. Hierdoor kan hun veiligheid en/of zelfs hun eigen gezondheid in het gedrang komen.

Het project “S.O.S. Winter” richt zich tot de bevolkingsgroep die in dergelijke situaties een extra dienstverlening kunnen gebruiken; verplaatsing bij boodschappen/doktersbezoek/..., het laten leveren van warme maaltijden, poetshulp, stookoliepremie,enz.

De participatie van de Lokale Politie bestaat vooral uit het detecteren van hulpbehoevende / problematische situaties door eigen vaststellingen en middels het contact met de burger.  

Behoudens de permanente interventieploegen, is de wijkwerking hierin een zeer belangrijke actor teneinde de keten van de hulpverlening op te starten.  De Lokale Politie engageert er zich toe om de OCMW’s in kennis te stellen van situaties/locaties van hulpbehoevenden.  Maar zelfs meer. Bij hevige sneeuwval kan het engagement zelfs inhouden dat de politieman of -vrouw zelf de sneeuw ruimt voor de woning van mensen met een lichamelijke beperking, bejaarden zodat deze veilig(er) toegankelijk is.  Uiteraard kan dit enkel indien de andere taken niet in het gedrang komen zoals interventies, acties, controles.

De medewerking aan het project is niet enkel beperkt tot de interventieploegen of de wijkwerking, alle personeelsleden van het korps worden hierbij betrokken.  Ook wanneer in privé hulpbehoevende situaties worden gedetecteerd, engageert het Politiepersoneel zich om het bevoegde OCMW ervan in kennis te stellen. 

Inwoners van Zottegem, Herzele of Sint Lievens-Houtem die hulp nodig hebben, kunnen desgevallend beroep doen op het S.O.S. Winterplan door het telefoonnummer van hun OCMW te bellen :OCMW Zottegem 09/364 57 50 - OCMW Herzele 053/60 33 14 - OCMW Sint-Lievens-Houtem 053/60 72 56.